


28-10-2011
Ted Noten en het Amsterdam Museum
VAN ONS
tekst: Gert Staal kunstcriticus
Een zegelring, naar verluidt gemaakt met restanten kanonnenstaal van Kanonneerboot No.2, fungeerde als uitgangspunt. Uit 70.000 historische objecten die zich in de collectie van het Amsterdam Museum bevinden, koos ontwerper Ted Noten deze ene, niet eens bijzonder spectaculair uitziende ring om er stapsgewijs een compleet project omheen te bouwen. Want het verhaal van de ring gaat - zoals hij in zijn oeuvre eigenlijk keer op keer onderzoekt - een stuk verder dan alleen aan de verschijningsvorm is af te lezen. Sieraden zijn deel van een groter verhaal, en vaak vormen ze de sleutel tot dat verhaal. Dat geldt ook hier. Ted Noten baseerde het project Van Ons op een ring gemaakt ter nagedachtenis van luitenant-ter-zee Jan van Speyk, de man die in de haven van Antwerpen zijn schip, vrijwel zijn hele bemanning en zichzelf opblies om te voorkomen dat opstandige Belgen zich in 1831 meester zouden maken van de vaderlandse driekleur. Een verhaal vol 19de-eeuwse heroïek, maar ook een tragisch, misschien wel volkomen zinloos offer.
De afgelopen jaren werkten het Amsterdam Museum en Ted Noten al enkele keren samen. Zo nam hij deel aan de tentoonstelling 'The Hoerengracht' (2010) en maakte Noten bij gelegenheid van de eerste steenlegging voor het nieuwe depotgebouw in Amsterdam Noord (oktober 2009) een speciale kunststof troffel, verbonden met een ring. Wethouder Carolien Gehrels waande zich met dit object in en aan de hand 'metselaar voor een dag'. Het ontwerp haakte aan bij een lange stedelijke traditie. Bij aanvang van diverse belangrijke bouwprojecten in Amsterdam zijn bijzondere troffels vervaardigd om alleen tijdens de ceremoniële start van de bouw te worden gebruikt. Het museum bezit 14 historische exemplaren, waaronder die waarmee het stadhuis op de Dam in aanbouw ging.
Het project Van Ons verbindt opnieuw de collectie van het museum met de museale én de stedelijke actualiteit. Twee jaar geleden markeerde de troffel de start van het bouwproces van het nieuwe Collectiecentrum in Amsterdam Noord. Nu wordt de ingebruikstelling van dat gebouw gesymboliseerd door een project dat Ted Noten in verschillende stappen ensceneert. Fase 1 openbaart zich op 27 oktober aanstaande, als het nieuwe Collectiecentrum - de feitelijke schatkamer van het museum - wordt geopend. Dan duikt de ring van Van Speyk weer op, in een hedendaagse herinterpretatie. Niet meer als een eenmalig historisch voorwerp dat met alle zorg van conservatoren en klimaatinstallaties is omringd, maar als een kunststof serieproduct, een object voor het volle leven.
Noten reageert met zijn ontwerp op de fundamentele gedachte achter het nieuwe Collectiecentrum. Het museum put voor zijn exposities uit een collectie die veel te omvangrijk is om in zijn geheel getoond te kunnen worden. Het depot is de plek waar dan ook het overgrote deel van het museale bezit rust, waar de museale staf werkt en waar slechts incidenteel een buitenstaander toegang krijgt.
Per traditie zijn dergelijke museale depots nog het best te vergelijken met de gepantserde, ondergrondse kluizen van een bank. Noodzakelijk voor het museale bedrijf maar liefst onttrokken aan het oog en zeker aan de grijpgrage handen van bezoekers.
Het Amsterdam Museum doorbreekt nu die gevestigde praktijk. Het beheert immers de collectie van de stad: een breed pallet van schilderijen, sculpturen, gebruiksvoorwerpen, kledingstukken en dus ook ringen uit vele eeuwen, die in feite niet het bezit van het museum zijn maar het bezit van de stedelijke gemeenschap. Van oude en nieuwe Amsterdammers. Op grond van die gedachte kijkt het museum ook naar het Collectiecentrum. Hoewel het onmogelijk een volledig publiek toegankelijk gebouw kan zijn, is het museum ervan doordrongen dat de schatkamer een publieke rol kan gaan spelen. De kluis moet af en toe minstens op een kier.
Inmiddels werkt het Amsterdam Museum al enige tijd samen met een groep van 25 verzamelaars en geïnteresseerden die als vrijwilligers het werk van de conservatoren ondersteunen. Met toewijding en vaak zeer specialistische kennis leveren zij een belangrijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het museum. Het nieuwe Collectiecentrum is ook hún werkplek geworden. Zo wil het museum in de komende periode regelmatig activiteiten organiseren die het depot voor groepen bezoekers of voor individuele liefhebbers open stellen. Om te laten zien dat die enorme collectie daadwerkelijk 'onze' collectie is.
Het project Van Ons maakt die ambitie letterlijk aanraakbaar. De Van Speyk ring verlaat het museum om aan de vingers van allerlei stadsbewoners te schuiven. Niet alleen van de officiële gasten tijdens de opening, en de vrijwilligers, maar ook de mensen die rond 27 oktober een speciaal kunsttransport van het Amsterdam Museum in hun straat zien stoppen. Zevenduizend ringen zullen zo als een vriendelijk virus hun weg zoeken naar de feitelijke eigenaren van de museumcollectie: de Amsterdammers die als vanzelf ambassadeurs van het Amsterdam Museum worden.
In de tentoonstelling 'Wanna Swap You Ring?' (Tokio 2010) experimenteerde Ted Noten al met een in massa vervaardigd kleinood, dat direct inmenging vraagt van het publiek. In Japan hing hij enkele honderden identieke ringen aan de muur van het museum. De installatie nodigde bezoekers uit een eigen ring af te staan in ruil voor een exemplaar van Ted Notens Miss Piggy ring. Binnen de kortste keren veranderde de museumwand volledig van uiterlijk. Geen van de mensen die er vlug genoeg bij waren, zal ooit vergeten waar en hoe zij in het bezit kwamen van dat wonderlijke roze ringetje met het varkentje als bekroning.
Voor Ted Noten is het creëren van een binding tussen ontwerp en gebruiker van doorslaggevend belang. Ontwerpen is voor hem een dialoog aangaan. Juist daarom is het voor hem zo aantrekkelijk om door te denken over een verdere uitwerking van het project met het Amsterdam Museum. Van Ons zou zich veel breder kunnen afspelen dan uitsluitend via de ring... Waarom kan in een volgend stadium ook niet het gebouw waarin de collectie wordt bewaard als drager van de boodschap worden ingezet? Waarom zou je het niet trots van de daken schreeuwen? VAN ONS!
En als dat blijkt te lukken, is het dan misschien denkbaar om nogmaals een greep in de collectie doen en er een reeks schitterende gebruiksvoorwerpen uit te halen die, net als de Van Speyk ring, in melamine worden afgegoten en in grote aantallen, voor lage prijzen door een warenhuis in de stad worden verkocht?